Bereken de volgende sommen en vereenvoudig zo ver mogelijk.
a. $$-\frac{6}{7} + \frac{4}{7}$$
b. $$-\frac{1}{4} - \frac{1}{6}$$
c. $$-3\frac{1}{3} + 2\frac{4}{5}$$
Uitwerking
a. De breuken zijn gelijknamig dus je mag ze bij elkaar optellen!
$$-\frac{6}{7} + \frac{4}{7} = -\frac{2}{7} $$
b. De noemers van de breuken zijn niet gelijk dus je moet ze eerst gelijknamig maken. Om de breuken gelijknamig te maken zoek je het kleinst gemeenschappelijke veelvoud (het kgv) van de noemers 4 en 6. Het kgv van 4 en 6 is 12.
$$-\frac{1}{4} - \frac{1}{6} = -\frac{3}{12} - \frac{2}{12} = -\frac{5}{12} $$
c. Bij deze som is het belangrijk dat je de rekenvolgorde in gedachten houdt!
Stap 1: Haal de helen binnen de breuken.
$$-3\frac{1}{3} + 2\frac{4}{5} = -\frac{10}{3} + \frac{14}{5} $$
Stap 2: Maak de breuken gelijknamig.
$$-\frac{10}{3} + \frac{14}{5} = -\frac{50}{15} + \frac{42}{15} $$
Stap 3: Nu mag je de breuken bij elkaar optellen.
$$-\frac{50}{15} + \frac{42}{15} = -\frac{8}{15} $$
$$-\frac{8}{15} $$ kun je niet verder vereenvoudigen.