MathPlus, 4/5 havo oefenen

1e editie · 4e klas Havo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Lengte-eenheden

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Geef het juiste antwoord:

a. 3000 mm = ... m

b. 4 km = ... m

 

Uitwerking

a. We nemen 3 stapjes naar links, dus delen we het getal. 3000 : 1000 = 3 meter

b. We nemen 3 stapjes naar rechts, dus vermenigvuldigen we het getal. 4 · 1000 = 4000 meter

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

In het dagelijks leven gebruiken we vaak lengte-eenheden. Bedenk bijvoorbeeld maar eens hoeveel kilometer je naar school moet fietsen of hoeveel meter je lang bent. In het figuur zie je een balk met lengte-eenheden. Van links naar rechts staan de eenheden van groot naar klein. Zo is kilometer de grootste eenheid en millimeter de kleinste eenheid.

Methode

Bij het rekenen met lengte-eenheden moeten we de volgende punten toepassen:

  • Een stapje tussen elke lengte-eenheid staat gelijk aan een factor 10.
  • Een stapje naar rechts betekent vermenigvuldigen.
  • Een stapje naar links betekent delen.

Als we bijvoorbeeld millimeter in meter willen omrekenen, kijken we op de balk hoeveel stapjes hier tussen zitten. In de figuur zie je dat er 3 stapjes van 10 naar links genomen moeten worden om van millimeter naar meter te gaan.

Als we naar links gaan, moeten we delen. Hier delen we dus door: 10 · 10 · 10 = 1.000. Je kunt uiteraard ook gewoon 3 keer achter elkaar door 10 delen.

Rekenen we de andere kant op, van bijvoorbeeld meter naar centimeter, dan nemen we 2 stapjes van 10 naar rechts. Dit betekent vermenigvuldigen met: 10 · 10 = 100.

1 kilometer = 1000 meter

1 hectometer = 100 meter

1 decameter = 10 meter

1 meter = 1 meter

1 decimeter = 0,1 meter

1 centimeter = 0,01 meter

1 millimeter = 0,001 meter

Hier zijn we dus bij alles uitgegaan van meters. Aan het stukje vóór 'meter' kan je al zien hoeveel meter het is. Zo betekent deca 10 en kilo 1000. Dus 1 decameter is 10 meter en 1 kilometer is 1000 meter.

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden